Gedwongen migratie van Dìyarbakir naar Athene (deel 1)

Lesbos.jpg

N.U. van het team Solidariteit met de Egeïsche Migranten interviewde F., een Koerdische man uit Turkije die na zijn aankomst in Griekenland wordt beschuldigd van mensensmokkel. De echte namen van betrokkenen zijn bekend bij CPT maar worden voor de veiligheid van betrokkenen niet gepubliceerd.

F. werd politiek actief terwijl hij studeerde aan de medische faculteit van Cerrahpaşa toen hij geconfronteerd werd met een mogelijke gevangenisstraf van negen jaar op grond van een 'kopieer-en-plak'-aanklacht' - een tactiek die vaker wordt toegepast tegen mensen die actief zijn in de Koerdische beweging. Zijn oplossing was om samen met tientallen vluchtelingen de Egeïsche zee over te steken op een wrakkig bootje, maar dat liep uit op een 13 maanden lang durend gevecht om recht gedaan te worden toen de Griekse autoriteiten hem in drie verschillende gevangenissen op de Griekse eilanden opsloten. Dit is deel één van het interview.

 

N.U.: Wat is er gebeurd? Hoe ben je een politiek vluchteling geworden?

F: Sinds 2016 woon ik als politiek vluchteling in Griekenland. Ik moest mijn studie medicijnen in Istanbul afbreken. Ik ben in 1988 geboren in het dorpje Tah in het Lice-district van Diyarbakır [Turkije]. Tah heeft een veel oudere geschiedenis dan Lice. Het was een Armeens dorp, maar nu wonen er Koerden. De oude Armeense plaatsnamen worden nog steeds gebruikt. Lice is de regio die de Turkse heerschappij nooit heeft geaccepteerd. Het was een plek waar oorlog, massamoord, platgebrande dorpen en evacuatie aan de orde van de dag waren in het Turkije van de jaren '90. Er waren talloze onopgeloste moorden op familieleden die hadden geweigerd om als dorpswachters voor de Staat te werken. Onze familie werd ook gedwongen om te migreren. Ik was vijf jaar oud toen we in het centrum van Diyarbakır aankwamen. Ik ging daar naar de lagere school, middenschool en middelbare school. Toen schreef ik me in bij de medische faculteit van Cerrahpaşa aan de universiteit van Istanbul. In de studentenclubs, waar we cultuur en kunst bestuderen, begon ik mijn eigen identiteit te ontdekken en na te denken over de politieke strijd. Hoe meer ik leerde, hoe meer ik verantwoordelijkheid op me wilde nemen. Ik nam deel aan de jongerenorganisatie van de Democratische Volkspartij (HDP). Ik deed mee aan enkele politieke activiteiten buiten Istanbul. Daarom werd er een aanklacht tegen mij ingediend en werd ik vaak in hechtenis genomen. Ik werd gearresteerd in Izmir en bracht een aantal maanden in de gevangenis door.

 

N.U.: Waarom werd je gearresteerd?

F: Ik werd op grond van vals bewijs beschuldigd van het deelnemen aan de jongerenorganisatie van de HDP aan de universiteit. Het was een 'kopieer-en-plak'-aanklacht, die tegen iedereen in de jongerenorganisatie werd ingebracht. De autoriteiten lieten me gaan wegens gebrek aan bewijs, maar het onderzoek ging door. Ik keerde terug naar Istanbul en ging verder met mijn studie en politieke activiteiten. In 2014, aan het eind van het proces, vroeg zelfs de aanklager om vrijspraak vanwege gebrek aan bewijs. Maar ze haalden de aanklager van de zaak en de nieuwe aanklager eiste de strengste straf. In mei 2014 werd ik veroordeeld tot 11 jaar gevangenisstraf voor 'lidmaatschap van een terroristische organisatie' en het 'verzet tegen arrestatie'. Er werd een arrestatiebevel tegen me uitgevaardigd. Sindsdien ben ik op de vlucht. Ik wilde het land niet verlaten en een vluchteling worden. Ik voelde me al vluchteling in eigen land. Ik wachtte omdat ik dacht dat het Hooggerechtshof [waar mijn beroep diende] eerlijker zou zijn, het zou de onrechtvaardige beslissing terug kunnen draaien en de zaak vernietigen. Ik verwachtte ook dat dit zou gebeuren omdat op dat moment het 'vredesproces' tussen de Koerdische bevrijdingsbeweging en de Turkse staat bezig was, en er was minder politieke spanning in die dagen. Bovendien was er geen concreet bewijs tegen mij. Aan het einde van 2015 maakte Hooggerechtshof zijn beslissing bekend; het draaide alleen de straf voor het 'verzet tegen arrestatie' terug. Het hof hield vast aan een gevangenisstraf van negen jaar vanwege 'lidmaatschap van een terroristische organisatie'. Dus zocht ik naar een veilige manier om naar Europa te gaan. Misschien lag het aan mijn onkunde dat het me een tijd lang niet lukte. Maar toen de Syrische vluchtelingen in grote getale naar Europa begonnen te trekken, besloot ik om via Çeşme naar Athene te gaan. De smokkelaars beloofden me verschillende dingen, net zoals de andere vluchtelingen.

 

N.U.: Met wie en hoe vertrok je vanuit Çeşme?

F: Het echte verhaal begint hier. Wat de smokkelaars me beloofden, bleek niet waar te zijn. Ik verwachtte een grote boot. Maar ik stak over in een vissersbootje dat maximaal 20-25 mensen kon houden. De smokkelaar propte er 150 op. Het was duidelijk dat de boot met zoveel mensen niet naar Athene kon varen. Toen ik de situatie doorkreeg, zei ik dat ik niet aan boord wilde gaan. We maakten ruzie met de smokkelaar. Hij was een fascist en dreigde me over te leveren aan de politie. “Daar is de politie, ik kan je aan hen overleveren of je stapt op deze boot. Aan jou de keuze”, zei hij. Machteloos stapte ik aan boord. Gezinnen, kinderen, Syriërs, Koerden, Irakezen, Afghanen, Pakistanen. Ik was de enige uit Turkije, en daarom raakte ik daarna in zoveel moeilijkheden.

 

N.U.: Hoe was de overtocht?

F: Dat gevoel is moeilijk te beschrijven. Mensen ontvluchten hun land om aan de dood te ontkomen, maar in feite doen ze dit door de dood te riskeren door zich in doodsgevaar te begeven. De zee was ruw die dag. De mensen schreeuwden bij elke golf, ze kotsten en baby's huilden. Ik gaf ook over onderweg, ik voelde me ellendig. Ik at en dronk niets. Ik viel midden in de nacht in slaap. Ik werd wakker in rook en gegil. We waren toen vier uur onderweg. De boot viel stil in de buurt van het eiland Milos en de pompen werkten niet meer, dus we maakten steeds meer water. Iedereen was in radeloze paniek. Ik was de enige aan boord die Engels sprak. Ik probeer de mensen die ik via de telefoon kon bereiken te vertellen dat wij in levensgevaar waren. Ik belde naar mijn familie en vrienden in Turkije, en ik belde vrienden in Griekenland. Uiteindelijk vond ik het nummer van de Griekse kustwacht. Ik legde de situatie uit en vroeg om hulp. We wisten niet eens waar we waren.

 

N.U.: Wat deed de kustwacht?

F: Ze zeiden: “We gaan proberen jullie te vinden.” Er gingen twee uur voorbij. Toen pikte een vrachtschip ons op. De boot stond op het punt te zinken vanwege de golven veroorzaakt door het vrachtschip. Maar gelukkig overleefden we het. Na een tijdje kwam de kustwacht en bracht ons naar het eiland Milos. We bleven twee dagen in de haven. Ze voerden routineprocedures uit zoals registratie en gezondheidscontroles. Milos is een klein eiland en er zijn geen vluchtelingenkampen. Op de tweede dag, rond middernacht, kwamen er soldaten die me wakker maakten. Ze zeiden: “We gaan”. Ik begreep het niet. Ze lieten me niet eens mijn schoenen aantrekken voordat ze me in de boeien sloegen. Twee Moldaviërs, de kapiteins van onze boot, werden ook in hechtenis genomen De politie in Griekenland gebruikt totaal willekeurige methodes om smokkelaars op te sporen. Bijvoorbeeld, als iedereen in de boot uit dezelfde plaats komt en er is slechts één persoon uit een andere regio, dan bestempelen ze die gelijk als smokkelaar. Ze beschuldigden mij ervan dat ik de contactpersoon was tussen de kapitein en de smokkelaars in Turkije. Dit gebeurde allemaal omdat ik de kustwacht had gebeld toen de boot stilviel, omdat ik de taal kende en de Koerdisch-taligen had geholpen tijdens het registratieproces. Er zou niks met mij gebeurd zijn als ik mijn mond niet had opengedaan. Zelfs de kapiteins gaven mij de schuld, omdat ze dachten dat ik de politie over hen had ingelicht. Ik was op de boot ook de enige uit Turkije en daarom waren in de ogen van de wet de beschuldigingen plausibel. Ik vroeg om een tolk toen ik in het huis van bewaring zat, maar ik kreeg er geen toegewezen. We werden overgebracht naar het eiland Syros. Ik kreeg de kans om de documenten voor mijn asielaanvraag voor te bereiden en te verklaren waarom ik Turkije had moeten verlaten.

 

N.U.: Wat vroegen ze in de rechtszaal?

F: De onderzoeksrechter en een aanklager werden geacht samen tot een oordeel te komen over mijn voorlopige hechtenis. De rechter vroeg dingen als 'Hoeveel geld heb je gekregen? en 'Met wie werkt die je samen?'. Hij luisterde helemaal niet naar mij. De aanklager vroeg in eerste instantie niets. Toen ik het een beetje begon uit te leggen, vroeg hij: “Geloof je dat Europa nog steeds de redding voor vluchtelingen is?” “Nee,” zei ik, “maar ik kan nergens anders heen. Ik ben hier gekomen omdat ik in mijn eigen land een gevangenisstraf kreeg. Ik weet dat dit geen redding is.” Europa, dat zich gedraagt als heerser van de wereld en beweert democratie en mensenrechten gecreëerd te hebben, staat met de komst van enkele honderdduizenden vluchtelingen op het punt ineen te storten. Het heeft bewezen hoe leeg die beweringen zijn. De Europese Unie, een structuur die opgezet is onder het motto 'we zullen de grenzen wegnemen', heeft de grenzen gesloten en staat op de rand van ontbinding. Er zijn zelfs landen die zijn vertrokken. Het is verbazingwekkend dat een structuur die is gebouwd op neoliberale ideeën, en zich uitspreekt over democratie en mensenrechten, zich volledig heeft op nationalisme heeft gestort. Ik vertrouw niet op Europa of grenzen. Dit heb ik uitgelegd aan de aanklager en de rechter. De twee rechters in de rechtszaal konden niet tot overeenstemming komen. De twee kapiteins zijn veroordeeld en naar een gevangenis op Chios gestuurd. Ze zeiden dat er de volgende dag een nieuwe derde rechter zou komen om een uiteindelijke beslissing te nemen. De agenten van de kustwacht van Milos maakten hier bezwaar tegen. Zij wilden dat de beslissing die dag genomen zou worden, omdat ze - zo zeiden ze - geen overnachtingsplaats hadden op Syros. Binnen 5 à 10 min werd ik beschuldigd van smokkelen. Ik dacht eerst dat het een grap was. Ik was mijn land ontvlucht, riskeerde de dood op zee, en nu beschuldigden ze me van mensensmokkel. Ik zat vijftien dagen alleen in de cel op het politiebureau op Syros, voordat ze me overbrachten naar Chios. Ze wachtten totdat er een andere gevangene zou komen, zodat ze ons er samen heen konden brengen, maar na 15 dagen zonder arrestaties moesten ze me er alleen heen brengen.

Vorige
Vorige

Gewelddadig Christendom is niet ons Christendom

Volgende
Volgende

Bestaan is weerstaan