Wij kijken mee

Mensenrechtenrapport over het geweld tegen Mi'kmaq-vissers

TISN (1).jpg

In de herfst van 2020 namen de Mi'kmaq kreeftenvissers hun verdragsrechten in eigen hand en staken van wal. Volgens het Verdrag van 1752 en de Marshall Beslissing van het Hooggerechtshof van 1999, hebben de Mi'kmaq het recht om buiten het door de staat vastgestelde kreeftenseizoen te vissen voor een eigen bescheiden levensonderhoud. Al 20 jaar lang heeft de staat het overleg over wat een 'bescheiden levensonderhoud' inhoudt, vertraagd om daarmee de Mi'kmaq hun verdragsrechten te onthouden. In september 2020 besloot Sipekne'katik First Nation dat de maat vol was; zij hadden genoeg van de vertraging door de regering bij het waarborgen van hun rechten en begonnen te vissen. In antwoord daarop vielen niet-inheemse mensen de Mi’kmaq kreeftenvissers aan, sneden fuiken los, lieten boten zinken, molesteerden personen, staken een opslag voor levende kreeften van de Mi’kmaq in brand en bedreigden dagelijks de vissers en hun medestanders. De reactie van de Royal Canadian Mounted Police en het Department of Fisheries and Oceans (DFO - Ministerie voor Visserij en Oceanen) hierop was ontoereikend, waardoor het geweld kon doorgaan. 

CPT heeft een mensenrechtenrapportage opgesteld als een momentopname van het geweld dat de Mi'kmaq kreeftenvissers in 2020 werd aangedaan. We zijn een jaar verder en nu het kreeftenseizoen weer op het punt staat te beginnen, zijn de Mi'kmaq kreeftenvissers opnieuw bedreigd met geweld. 

De boodschap van CPT is duidelijk: Wij houden het in de gaten! En we eisen dat de Mi'kmaq hun verdragsrechten kunnen uitvoeren zonder belemmeringen door geweld van kolonisten of overheidsbureaucratie. 

Conclusie van het rapport: 

De gewelddadige gebeurtenissen waarvan hier verslag wordt gedaan, zijn symptomen van een geschiedenis van structureel geweld en marginalisering waarmee Mi'kmaq-vissers en inheemse, Metis- en Inuit-volkeren op het hele Turtle-eiland te maken hebben. In dit verslag worden de specifieke gebeurtenissen beschreven die zich in september en oktober 2020 hebben voorgedaan en wordt aangetoond hoe de instellingen en actoren die de Canadese regering vertegenwoordigen, gefaald hebben in hun verplichtingen om te participeren in een 'van natie tot natie'-relatie met leden van de Sipekne'katik First Nation. Regeringsmedewerkers hebben de condities geschapen waardoor de bovengenoemde geweldplegingen, agressie en intimidatie plaats konden vinden. Zoals Rhonda Knockwood, directeur operaties voor de Sipekne'katik First Nation, uitlegt, zijn de spanningen en het geweld die in september en oktober 2020 uitbraken het resultaat van jarenlang getreuzel door de DFO, evenals het “traineren en de achterbakse tactieken rond de onderhandelingen om een bescheiden levensonderhoud te definiëren, en de tenuitvoerlegging van de verdragen". 

De enige manier om verder te komen op een wijze die zowel de internationale wetten en normen respecteert als de Marshall Beslissing van het Hooggerechtshof en de inheemse verdragsrechten in stand houdt, is om een relatie van wederzijds respect op te bouwen tussen de Mi’kmaq visserij ten behoeve van een bescheiden levensonderhoud enerzijds, en de DFO anderzijds. Een belangrijke rol is hierin weggelegd voor de voorlichting en het onderwijs over dekolonisatie en racisme aan niet-inheemse vissers en het scheppen van een sfeer waarin verantwoordelijkheid wordt erkend voor het vernielen van de visuitrusting en het geweld tegen de Mi'kmaq-vissers. De Sipekne’katik First Nation heeft de lastige onderhandelingen gevoerd om, volgens hun eigen wetten, een eigen visserij op te richten voor een bescheiden levensonderhoud. Aan de DFO en de federale minister voor Visserij nu de taak om adequaat te reageren op de intimidatie en het geweld door van 'natie tot natie' samen te werken met de Mi'kmaq First Nations.



Vorige
Vorige

Rapport over de rechtszaak van de VIAL 15

Volgende
Volgende

MC Canada en CPT sturen een team naar Unist’ot’en