Het recht op terugkeer levend houden

Interviews met bewoners van vluchtelingenkamp Arub houden de historische dorpen in Palestina levend

Een kaart van Iraq al-Manshiya gemaakt tijdens de PEF-studie van Palestina in 1870. Deze kaart maakt onderdeel uit van een serie historische kaarten van het zelfde gebied, die wordt gebruikt ter vergelijking.

Mensen leven eenvoudig. Het gezin wordt wakker bij zonsopgang. De vader gaat naar zijn land om gewassen te verbouwen en te oogsten, en vee te fokken om zijn gezin mee te onderhouden. De moeder maakt het eten klaar, borduurt prachtigste jurken en wacht tot haar kinderen terugkomen uit de Katatib (een religieuze school) waar ze vroeger zelf lesgaf, en haar vertellen wat ze die dag hebben geleerd. 

Net als vele andere Palestijnse verhalen, is dit een verhaal van Palestijnse gezinnen die in vrede en eenvoud leefden, voordat een vreemd leger dit met geweld van hen wegnam.

Na de Eerste Wereldoorlog en de val van het Ottomaanse Rijk, werd tussen de geallieerden en de Ottomaanse Turken het Verdrag van Sèvres getekend. Hierdoor kwam Palestina in 1920 onder Brits mandaat. Het Britse mandaat en de World Zionist Organization tekenden vervolgens de Balfour-verklaring; een overeenkomst die de deur opende voor Joodse emigratie naar Palestina, een Joods Nationaal Huis opzette en Palestijns staatsburgerschap bood.

Een bewapend 'leger' trok vervolgens Palestijns gebied binnen en stichtte op de ruïnes een Israëlische staat door middel van moord op en een etnische zuivering van Palestijnen en gedwongen migratie naar andere delen van het land.

De filosofie van de Israëli's, en vooral van premier Ben Gurion, was destijds: volwassenen sterven en kinderen vergeten. Deze behandeling van Palestijnen duurt tot op de dag van vandaag voort.

Het Palestijnse volk heeft echter alle aanvallen verworpen en weerstaan, en blijft werken om hun land en rechten terug te winnen. Ze hebben gevochten met stenen, pennen en beelden, en het idee van voortdurend verzet gevoed.

Mohammed

Mohammed overleefde een aanval op zijn dorp en vluchtte naar Kamp Arub net buiten Bethlehem.

Tot hij vijf jaar oud was woonde Mohammed in het dorp Iraq al-Manshiyah in Gaza. Hij ging net naar de eerste klas van de plaatselijke school die in datzelfde jaar was geopend. Maar die eerste klas heeft hij niet af kunnen maken, want het Israëlische leger arriveerde in 1948 in het dorp, een deel van de Nakba (Catastrofe).

In een gesprek met CPT-Palestina vertelde Mohammed kort geleden: “Tijdens elke familiebijeenkomst vertel ik mijn kinderen en kleinkinderen verhalen over ons land van herkomst. Ik beschrijf voor hen de locatie van ons oude huis, zodat zij er op een dag naar terug zullen keren.”

Hij vertelde wat er in zijn dorp gebeurde toen de oorlog begon. De Egyptische en Sudanese legers kwamen om het dorp te bevrijden, een commandopost was in het dorp Fallujah. Het Israëlische leger hield mensen vast in de regio Tita, en toen ze de Egyptische en Sudanese leger zagen naderen, riepen ze vanaf de bergtop: “Dood ze, dood ze!” Veel Palestijnen werden gedood voordat de Egyptenaren en Soedanezen hen konden bevrijden.

Op dit wankele pad overleefde een jong kind op wonderbaarlijke wijze. Zijn familie zocht naar een veilige plek waar hij sliep tot ze Hebron bereikten. Ze woonden in Kamp Arub, waar ze wachtten tot ze terug konden keren naar huis en hij weer naar school kon.

Veel mensen kwamen om in de oorlog, velen verlieten hun huis en zochten elders toevlucht. Palestijnen hadden geen geld en waren hun land kwijt. Ze werden gedwongen om te leven ver weg van alles wat ze hadden gekend en waarin ze waren opgegroeid; vluchtelingen met alleen maar herinneringen.

Fathia

Hoewel de 50 jaar oude Fathia werd geboren in het vluchtelingenkamp Arub, bewaart ze aandenkens en herinneringen aan het dorpje van haar ouders in historisch Palestina.

Fathia werd 50 jaar geleden in Kamp Arub geboren, waar ze nu ook woont. Toen haar werd gevraagd naar haar land van herkomst, zei Fathia dat ze uit het dorpje Iraq al-Manshiya kwam. Ze begon de situatie van de mensen in het dorp te beschrijven tijdens de jeugd van haar vader. Het dorp bestond uit vier gezinnen die tarwe en gerst verbouwden. Elke familie had een grote kamer waar gezinnen samen kwamen en aten. Als er gasten waren, kregen ze onderdak in de zaal en het hele dorp kwam samen om te koken voor de gasten. Ze vertelde ons over de jurk van haar tante met de knopen van haar grootmoeder erop, die ze nog steeds bewaart in haar kast.

Fathia deelde andere herinneringen, zoals de dag van een schoolreisje. “Toen de chauffeur uitlegde waar wij heen gingen, vertelde hij dat we langs het dorp Iraq al-Manshiya reden. Ik vroeg hem om meteen te stoppen, stapte de bus uit en keek vanuit de verte naar mijn dorp. Ik huilde veel om mijn dorp, om een huis met een sleutel, en ik wilde teruggaan om daar te wonen zoals mijn vader ooit.”

Op een dag spraken Fathia en haar moeder over het dorp, de inwoners en de buren die vertrokken waren naar het kamp. “Ze begon te huilen en kon niet ophouden,” herinnert Fathia zich. “Mijn vrienden en ik uit het kamp besloten om een Israëlische vergunning aan te vragen voor onze moeders die hier samen naartoe waren gekomen, maar dat was heel moeilijk omdat Palestijnen hun thuisland niet mogen bezoeken. Toen ze er uiteindelijk heen mochten gaan, werden ze lastig gevallen en eraan herinnerd dat ze vreemden waren in hun eigen vaderland.”

Ze sterven
En in hun hart is het hartzeer van thuisloosheid
Onze voorouders
Hun herinnering van voor het hek
Een kruik vol woorden
En voor onze grootouders
In hun warme graven
Gemummificeerde herinnering
Ze leven in de droom van terugkeer
– Lillian Bshara Mansour

Suher

Suher vecht voor het recht op terugkeer, niet alleen voor haar en haar familie maar voor een heel land en volk dat in de steek is gelaten en beroofd van hun rechten.

De 22 jaar oude Suher is student. Zowel zij als haar moeder werden geboren in Al-Khalil/Hebron, maar ze zegt: “Ik kom uit het dorp Beit Jibrin, en op een dag zullen we ernaar terugkeren.” Suher beschrijft het dorp nauwkeurig, hoewel ze er nooit heen heeft mogen gaan, en ze heeft het gevoel dat ze er heeft gewoond en er is opgegroeid. Het Israëlische leger weigert haar en haar familie zelfs een eenmalig bezoek, omdat het nu tot een gesloten militair terrein is verklaard.

“Mijn ouders woonden niet in het dorp, maar zij vertelden ons wat er gebeurd is met hun ouders,” zegt ze.  “Mijn oudoom was tien jaar oud toen ze weg gingen. Ik vraag hem altijd om alles te vertellen over zijn ervaringen en het leven dat hij had in het dorp, en de verhalen die zijn ouders en familieleden hem vertelden.”

“Ik ken het dorp Beit Jibrin met zijn lieflijke natuur, bergen en uitgestrekte vlakten, en er zijn zoveel grotten,” legt Suher uit. “Het staat bekend om zijn citrusteelt; in het hoogseizoen neemt iedereen vakantie - zelfs de schooljongens - om het fruit te plukken en het naar Gaza en Hebron te brengen. En terwijl ik mezelf al deze dingen vertel, voel ik me zo verdrietig omdat ik niet gewoon op het platteland kan wonen en de rust ervan kan voelen, omdat ik geen keus heb.”

Ze sluit af met de woorden: “Het concept van het Recht op Terugkeer gaat niet alleen mij aan. Ik ben niet de enige aan wie Beit Jibrin is onthouden. En het is niet alleen mijn familie die hun huis heeft verlaten, en Beit Jibrin is niet het enige dorp waarvan de eigen bevolking is weggevoerd. Het recht op terugkeer gaat een heel land en volk aan, in de steek gelaten en beroofd van hun rechten. Iedereen heeft het recht om de mogelijkheid te krijgen naar huis te gaan of te beslissen waar ze heen willen gaan.”

Sinds de invasie van Palestina in 1948 zijn er wereldwijd meer dan zeven miljoen Palestijnse vluchtelingen. Miljoenen Palestijnen zijn geboren en wonen in landen die niet hun eigen land zijn, maar ze herinneren zich altijd dat ze land hebben en ze zullen terugkeren. De sleutel van een Palestijns huis wordt overgeërfd van generatie op generatie, van kleinkind op kleinkind, totdat we terugkeren.

 

Vorige
Vorige

Het Freedom Convoy - en wat daarna?

Volgende
Volgende

Op weg naar een wereld zonder tralies